Mensen die hyperventileren ademen sneller en dieper dan normaal. Letterlijk betekent hyperventilatie een verhoogde ademhaling. Bij elke ademhaling krijg je zuurstof binnen. Dit heb je nodig voor allerlei lichamelijk processen. Bij deze processen onststaat er koolzuur. Dit ademen we vervolgens weer uit.
Als je te snel of te diep inademt, wordt er te veel zuurstof in korte tijd opgenomen. Ook adem je te veel koolzuur uit. Hierdoor blijft er te weinig koolzuurgas in je bloed en worden de lichaamsprocessen verstoord. Je krijgt het bijvoorbeeld benauwd, krijgt een beklemmend gevoel op je borst, je kunt hartkloppingen krijgen, tintelingen in je vingers, hoofdpijn, buikpijn en andere lichamelijke ongemakken.
Wanneer krijg je het?
Hyperventilatie kan optreden bij inspanning, stress of psychische druk. Het kan ook ontstaan bij verblijf op grote hoogten. Gelukkig heeft het niets te maken met hart- of longklachten. Iedereen kan het krijgen, maar de één hyperventileert hooguit één keer in zijn of haar leven, terwijl de ander er regelmatig last van heeft.
Hyperventilatie is vervelend, maar gelukkig niet gevaarlijk. Maar als je acuut een aanval krijgt van hyperventilatie kan dat heel beangstigend zijn. Je kunt het gevoel krijgen dat je stikt en erg duizelig worden. Zeker als je niet door hebt wat er gebeurt, kun je hier erg van schrikken. Dit kan weer zijn weerslag hebben op je ademhaling, waardoor deze nog minder gecontroleerd wordt en de aanval toeneemt. Zo kom je terecht in een vicieuze cirkel.
De aanval
Hoewel het zeer lastig kan zijn, is het belangrijk om tijdens de aanval niet in paniek te raken. Om rustig en langzaam te ademen, kan ademen in een plastic zakje een goed hulpmiddel zijn. Door het uitademen komt er veel koolzuurgas in het zakje. Doordat je dit vervolgens weer inademt, stijgt het koolzuurgehalte in het bloed en zal de hyperventilatie binnen een aantal minuten overgaan.
Een aanval kun je voorkomen of beter opvangen als je regelmatig ademhalingsoefeningen doet. Daarbij kun je oefenen om alleen via je buik te ademen. Buikademhaling is namelijk meestal minder diep van borstademhaling. Je kunt controleren of je via je buik ademhaalt door je handen op je buik te leggen, net onder je ribben. Bij een goede buikademhaling gaat je buik op en neer en zal je borstkas nauwelijks bewegen.