Bij kinderen is het in sommige gevallen moeilijker om overgewicht vast te stellen dan bij volwassenen. De lichamelijke ontwikkeling van kinderen kent fasen van molligheid (in de zuigelingenperiode en kort voor de puberteit) en fasen waarin de kinderen eerder slungelig zijn (kleurtijd, sterke groei in de puberteit).
Zuigelingen en peuters
Tijdens de eerste twee jaar van zijn leven maakt een kind zijn sterkste groeifase door. De zuigeling ziet er dik en rond uit en heeft veel onderhuids vet opgeslagen. Mollig zijn is in die periode heel normaal. Na zijn tweede verjaardag begint een langere groeifase. Vaak vinden ouders hun kinderen dan dun, omdat de gewichtstoename achterblijft bij de groei. De kinderen worden slank, zelfs mager.
Kleuters
Op de leeftijd van 4 tot 7 jaar zien kinderen er in de ogen van hun ouders vaak mager uit. Toch hebben ze doorgaans een normaal gestalte. Ouders mogen hun kinderen dan ook niet aansporen om meer te eten, want vaak ontstaat juist in die fase een verkeerd eetgedrag waardoor het normale gevoel van honger en verzadiging aanzienlijk verstoord kan raken. Als je als ouder in die periode te veel voeding aanbiedt of uit louter ongerustheid eten blijft opdringen, kunnen er later problemen ontstaan.
Kinderen vanaf 8 jaar
Als ze ongeveer 8 jaar zijn, komen kinderen in hun tweede groeifase. De ouders merken dat hun kind ronder wordt. Het is immers reserves aan het aanleggen voor zijn tweede groeistoot. Ook nu bestaat er dus geen reden tot ongerustheid als het kind wat molliger wordt. Als bij het begin van de puberteit de tweede groeistoot begint, wordt het kind vanzelf weer slank.
Opnieuw verloopt het groeien sneller dan de gewichtstoename. Alle kinderen hebben nu een goede kans om, als ze weinig in gewicht toenemen, uit te groeien tot een slanke persoon. Mits eventueel enkele aanpassingen van het voedingspatroon kan een kind tegen het einde van zijn laatste groeifase makkelijk een normaal gewicht bereiken.
Gewichtsbeoordeling volgende de BMI (Body-Mass-Index)
De BMI is een betrouwbare maatstaf om overgewicht bij volwassenen vast te stellen. Zie ook ons artikel 'Bereken je ideale gewicht (BMI)'. Voor kinderen kan de formule niet zomaar toegepast worden, omdat hierbij noch het geslacht, noch de leeftijd in aanmerking genomen wordt. Intussen werden ook hier specifieke parameters voor leeftijd en geslacht ingebouwd, waardoor artsen en specialisten steeds vaker de BMI gebruiken om het gewicht van kinderen te beoordelen.
In de volgende tabellen stelt het percentiel 50 het gemiddelde gewicht voor. Het percentiel geeft weer waar een bepaalde waarde thuishoort op een schaal van honderd. BMI-waarden in het percentiel 10 betekenen ondergewicht; in het percentiel 5 sterk ondergewicht. BMI-waarden in het percentiel 85 duiden op overgewicht; in het percentiel 95 op sterk overgewicht.
| BMI-percentielen voor jongens tussen 7 en 18 jaar | |||||
| Jongens | BMI-percentielen | ||||
| Leeftijd | 5 | 10 | 50 | 85 | 95 |
| 7 | 13,02 | 13,61 | 16,07 | 19,20 | 21,12 |
| 8 | 12,50 | 14,22 | 16,38 | 19,29 | 22,61 |
| 9 | 12,76 | 13,72 | 17,09 | 19,44 | 21,58 |
| 10 | 13,90 | 14,60 | 17,10 | 21,40 | 25,00 |
| 11 | 14,00 | 14,30 | 17,80 | 21,20 | 23,10 |
| 12 | 14,60 | 14,80 | 18,35 | 22,00 | 24,80 |
| 13 | 15,60 | 16,20 | 19,10 | 21,70 | 24,50 |
| 14 | 16,10 | 16,70 | 19,80 | 22,60 | 25,70 |
| 15 | 17,00 | 17,80 | 20,20 | 23,10 | 25,90 |
| 16 | 17,80 | 18,50 | 20,95 | 23,70 | 26,00 |
| 17 | 17,60 | 18,60 | 21,70 | 23,70 | 25,80 |
BMI-percentielen voor meisjes tussen 7 en 18 jaar |
|||||
| Meisjes | BMI-percentielen | ||||
| Leeftijd | 5 | 10 | 50 | 85 | 95 |
| 7 | 12,24 | 13,19 | 15,36 | 18,81 | 23,05 |
| 8 | 12,21 | 13,17 | 15,91 | 18,15 | 22,32 |
| 9 | 13,02 | 13,72 | 16,43 | 19,75 | 23,39 |
| 10 | 13,40 | 14,20 | 16,90 | 20,70 | 23,40 |
| 11 | 13,80 | 14,60 | 17,65 | 20,80 | 22,90 |
| 12 | 14,80 | 16,00 | 18,35 | 21,50 | 23,40 |
| 13 | 15,20 | 15,60 | 18,85 | 22,05 | 24,35 |
| 14 | 16,20 | 17,00 | 19,40 | 23,20 | 26,00 |
| 15 | 16,90 | 17,60 | 20,20 | 23,20 | 27,60 |
| 16 | 16,90 | 17,80 | 20,30 | 22,80 | 24,20 |
| 17 | 17,10 | 17,80 | 20,50 | 23,40 | 25,70 |
BMI Rekenvoorbeeld:
Sam is 7 jaar, 130 cm groot en weegt 37 kg.
BMI = 37 : (1,3)2 = 21,89
Volgens de teabel (jongens, 7 jaar) ligt Sam boven het percentiel 95 (P 95 BMI = 21,2). Sam heeft dus een sterk overgewicht.