Voeding >> Voedingssupplementen
Zink is nodig bij de opbouw van eiwitten en daarmee
voor de groei en vernieuwing van weefsel. Daarnaast speelt het een rol
bij de opbouw en afbraak van koolhydraten. Zink is onderdeel van het
hormoon insuline en het zorgt ervoor dat het afweersysteem goed werkt.
Zink komt vooral voor in vlees, vis, haring, bruinbrood, peulvruchten en rijst.
De Gezondheidsraad heeft de aanbevolen hoeveelheid voor volwassen mannen (22-50 jaar) vastgesteld op 10 milligram per dag en voor vrouwen op 9 milligram per dag.
Voedingsvezels en fosfor hebben een belemmerende werking op de opname van zink.
De maximaal veilige dosis voor zink is 25 mg per dag. Dit komt overeen met acht gebakken hamburgers. Bij de veilige dosis gaat het om een gemiddelde waarde, waarbij een ruime marge is genomen. Dit betekent dat éénmalige of kortdurende overschrijding van de maximaal veilige dosis geen direct gevaar oplevert.
Een acuut teveel aan zink is zeldzaam bij mensen. Wanneer er sprake was van een inname van een grote dosis zink in één keer, dan werd dit veroorzaakt door voeding of drank die in contact was gekomen met verzinkte blikken. De symptomen die hierbij optraden waren onder andere misselijkheid, braken, buikkrampen en diarree. Langdurige inname van teveel zink kan leiden tot onder andere anemie (bloedarmoede) en een vermindering van de weerstand.
Zuigelingen kunnen door een tekort aan zink een groeiachterstand oplopen en ernstig ondervoed raken. Andere gevolgen van een zinktekort kunnen zijn: groeivertraging, verminderde smaak en reuk, huidafwijkingen en nachtblindheid.
Bron: Vitamine Informatiebureau