Voeding
Voeding en cholesterol
Het aantal Belgen met een verhoogd cholesterolgehalte in het bloed is erg hoog. Zeker als het gaat om mensen met een middelbare leeftijd. Deze personen lopen een beduidend hoger risico een hartinfarct te krijgen in vergelijking met mensen met een laag cholesterolgehalte.
Hieronder wordt uitgelegd wat cholesterolverhogend en cholesterolverlagend werkt.
Cholesterolverhogend werken onder meer:
- Verzadigd vet: dit doet het 'slechte' LDL=cholesterolgehalte stijgen en het 'goede' HDL-cholesterolgehalte dalen. Deze vetten komen onder meer voor in vet vlees en vette vleeswaren, volvette kaas, volle melkproducten. snacks en koekjes. Meestal zijn de verzadigde vetten van dierlijke oorsprong, maar ook palmolie en kokosolie bevatten veel verzadigde vetten.
- Transvetzuren: Deze vetten werken net als verzadigde vetten cholesterolverhogend. Transvetzuren ontstaan onder meer bij het harden van plantaardige olien. Door speciale productietechnieken bevatten margarines en halvarines tegenwoordig weinig transvetzuren maar in bakkerijvetten (gevulde koeken, koekjes, cake etc.) zitten nog steeds veel transvetzuren. Verder treffen we ze in kleine hoeveelheden aan in melk, roomboter en rund- en schapenvlees.
- Cholesterolrijke voedingsmiddelen: sommige voedingsmiddelen zoals niertjes, (kippen)lever, garnalen, paling, leverworst en leverpate verhogen het cholesterolgehalte. Het advies is om zuinig om te springen met deze voedingsmiddelen.
- Overgewicht: een te hoog lichaamsgewicht blijkt vaak samen te gaan met een hoog cholesterolgehalte in het bloed.
Cholesterolverlagend werken onder meer:
- Onverzadigd vet: meervoudige onverzadigde vetzuren zorgen voor een daling van het 'slechte' LDL-cholesterolgehalte. Deze vetten zitten in zade (zonnebloem, lijnzaad, tarwekiem, sesam( saffloerolie en vette vis. Producten met onverzadigde vetzuren verdienen de voorkeur boven voedingsmiddelen met verzadigd vet.
- Vezelrijke voeding: de onverteerbare vezels uit voedingsmiddelen zorgen voor een betere darmwerking en helpen mee het cholesterolgehalte in het bloed te verlagen. Rijk aan vezels zijn bijvoorbeeld: groente, fruit, volkoren producten, zilvervliesrijst en peulvruchten. Eet dus bij voorkeur volkorenbrood in plaats van witbrood.
- Gebruik liever halfvolle of magere melkproducten. Vermijd volle melk en volvette kaassoorten
- Neem zoveel mogelijk magere vleessoorten als mager rundvlees, kip en kalkoen (zonder vel).
- Eet twee maal per week vis, waarvan bij voorkeur een keer een vette vissoort (meervoudige onverzadigde vetzuren)
- Het Voedingscentrum adviseert zuinig om te springen met cholesterolbevattende voeding als eidooiers, lever, niertjes en garnalen.
Naast voeding is beweging een belangrijk middel om tot een lager cholesterolgehalte te komen.